10 vragen aan... Jacque Brouwer

Door Astrid Witte
Gepubliceerd: Woensdag 14 Augustus 2019, 9:59 uur
1724 x bekeken
In een vorig interview gaf David Tijssen aan dat hij Jacque Brouwer graag in deze rubriek wilde terugzien. “Ze is van oorsprong Amerikaans. Haar man zat vroeger bij mij in de klas en was een van mijn beste vrienden. Ze heeft verschillende tuinen en kweekt allerlei kruiden en bloemen voor restaurants.”

Meer over Jacque
Jacque (49) is van oorsprong Amerikaanse. Ze groeide op in een klein dorp in South Dakota, maar nadat ze met Jakob Jan trouwde, verhuisde ze naar Nederland. Samen kregen ze vier kinderen. Tussendoor heeft het gezin nog vijf jaar in Amerika gewoond, maar ze besloten uiteindelijk toch naar Texel te verhuizen, waar Jacque zich vooral bezighoudt met tuinieren op niveau.

Waar ben je je man tegengekomen?
“We hebben elkaar leren kennen in Albanië, waar we allebei stage liepen. We wisselden adressen uit en begonnen te schrijven en te e-mailen. Ineens kreeg ik een bericht dat hij drie weken op bezoek kwam. Drie weken! Amerikanen krijgen maar een week vakantie per jaar. Gelukkig klikte het goed. Maar hij wilde me niet ten huwelijk vragen tot ik naar zijn land was geweest. Ik spaarde net genoeg geld voor een ticket in de kerstvakantie van de universiteit en ging op bezoek. Eigenlijk wilde ik niet met een buitenlander trouwen, maar dat is wel gebeurd,” lacht Jacque.

Cultuurshock?
“Sommige dingen die Jakob Jan deed vond ik eerst heel raar, maar ik ontdekte dat de cultuur gewoon heel anders is. Bijvoorbeeld, toen we hier voor het eerst naar het strand gingen, was het echt choquerend dat iedereen zich daar gewoon omkleedt. Waar ik vandaan kom, krijg je volgens mij dan een boete voor ‘indecent exposure’. Nederlanders zijn veel opener en directer. Uiteindelijk ben ik wel van die directheid gaan houden. Soms kan het bot overkomen, maar het is beter dan dat er achter je rug om wordt gepraat. Hoewel dat hier natuurlijk ook wel gebeurt.”

Vaak terug naar Amerika?
“Toen de kinderen klein waren, gingen we twee keer per jaar. Nu gaan we nog maar eens in de drie jaar, het is gewoon te duur. Maar vanwege ziektes in de familie ben ik er het afgelopen anderhalf jaar drie keer geweest. Mijn vader heeft kanker gekregen en is overleden, en ook mijn broer is al een hele tijd ziek. Het lied dat ik gevraagd heb om te spelen bij mijn vaders begrafenis is Rollercoaster van Danny Vera, omdat het zo voelt in onze familie. Op en neer.”

Waarom toch Nederland?
“Van onze kinderen zijn er twee in Delft geboren en de andere twee in Amerika. We hebben daar vijf jaar gewoond, omdat we het belangrijk vonden dat ze beide culturen leerden kennen. Maar uiteindelijk miste ik zelfs Nederland, vooral de taal en fietspaden! In Amerika groeide ik op in een dorpje van 300 inwoners, in de middle of nowhere. Iedereen kent elkaar en ik ben een vreemde die met een buitenlander is getrouwd. Niemand daar informeert naar je Nederlandse leven, ze zijn niet zo nieuwsgierig als de mensen hier. De kinderen spraken op een gegeven moment geen Nederlands meer, terwijl ze hier juist meerdere talen leren. In Nederland wordt ook meer aan beweging gedaan en bewuster gegeten. Plus, in South Dakota hadden we extreem koude winters en Jakob Jan was niet zo handig met de auto in de sneeuw en op het ijs. In de zomer leef je juist weer in de airco, omdat het buiten zo heet is. Ik zag ons daar niet oud worden. Hier kan ik makkelijk het hele jaar door tuinieren. Mijn familie mis ik natuurlijk wel.”

Tuinieren?
“Vanaf kleins af aan was ik altijd met mijn vader en moeder in de tuin bezig. We hadden altijd veel groente en maakten ze ook in. Later woonde ik in Delft en miste ik de groentetuin, maar er was geen plek. Toen we uiteindelijk op Texel woonden, nodigde een oudoom van Jakob Jan ons uit naar zijn moestuin. Hij pakte twee stokken, stak deze in de grond en zei: ‘Van hier tot hier mogen jullie tuinieren.’ Dat was het begin.”

Restaurants?
Uiteindelijk namen Jacque en Jakob de tuin helemaal over. Ze hebben nu zo’n 1.000 m2 grond waarop ze groente, fruit, kruiden en bloemen verbouwen, waarvan ze een deel aan restaurants verkopen. “Ik werkte bij Bos & Duin en vroeg de chef of hij iets wilde, wanneer ik iets over had. Later ben ik bij meerdere restaurants langsgegaan en het op groter niveau gaan doen. Ik houd niet van verspilling, ik wil alles gebruiken. Maar het blijft een avontuur. Soms willen restaurants iets ineens niet meer, terwijl je het net hebt gekweekt of er zaden voor hebt ingekocht. Ook de hoeveelheden zijn moeilijk, want kleine beetjes kunnen ze niet gebruiken. Ze willen vaak een bestelling voor meerdere weken.”

Eetbare bloemen?
“Ik verkoop veel eetbare bloemen, onder andere aan een restaurant in Amsterdam. Bijvoorbeeld korenbloemen, begonia, Oost-Indische kers en viooltjes. Vorig jaar had ik heel veel bloemen over. Ik heb ze allemaal gedroogd en heb mijn eigen theesoorten samengesteld. Maar ik heb er te weinig tijd voor om dat echt te gaan verkopen, het is heel intensief. Ik zou eigenlijk 100 klonen moeten hebben voor alles wat ik wil doen, maar die zouden vast ruzie met elkaar krijgen over welk project eerst af moet.”

Experimenteren?
Jacque experimenteert er heel wat op los. Naast thee maakt ze allerlei soorten siroop, jam en bakt ze zelfs taarten met bloemen, vruchten en kruiden. “Ik wil me er graag nog meer in verdiepen welke bloemen en kruiden goed zijn tegen welke kwalen. Ik neem zelf bijvoorbeeld veel brandnetel tegen mijn allergieën en astma, en hoef daardoor geen medicijnen meer te gebruiken.”

Volgende gast
“Trudy Boersen van De Zelfpluktuin. Ze is de zus van mijn buurvrouw en wanneer we elkaar zien, raken we niet uitgepraat over tuinieren en inmaken.”
Reacties (0)