De geschiedenis van De Kuil en De Naal (deel II)

Door Rein Stam
Gepubliceerd: Zaterdag 02 Juni 2007
1411 x bekeken
De Naal (Den Aal) en de vorige week in deze rubriek beschreven Kuil zijn van oorsprong eigenlijk tweelingzusjes.


Ook de Naal is een rest van de eerste twee stroombeddingen van het Marsdiep.

Tot het eind van de Middeleeuwen heette het Den Andel. De naam komt van Antlida, Oud-Fries voor langslopende waterstroom. In die tijd, zo rond 800, sprak men in onze gebieden Oud-Fries, wat de naam verklaart.

Antlida liep onderlangs de Hoornder Heuvel en had zijn oorsprong voor de doorbraak van het Marsdiep in De Westen.

Ter hoogte van het kruispunt van Rommelpot en Lage Wegje heette het water Antlida en schuurde in n.o richting langs de heuvel. De naam Antlida verbasterde naar Den Andeel en verder naar Den Aal, door verspringing van de n werd het De Naal.

Door verheling van een zandbank rond 1290 ontstond een uitloper op wat eens de zuidelijke oever van het Marsdiep was.

Tussen de uitloper en het Klif ontstond een baai die Den Souten Andeel werd genoemd. Aan deze baai was het een jaar of 40 goed wonen met aanlegplaatsen voor schepen en bij uitstek goed geschikt voor de visvangst.

Door grote zandverstuivingen stoof de baai binnen enkele tientallen jaren vol zand waardoor zij in 1378 ingedijkt kon worden.

Coen van Oosterwijk bedijkte het gebied dat hij van de leenheer van Texel gekregen had. Jan van Poelgeest, rentmeester en baljuw van Texel van 1376 tot 1381, beschreef de bedijking en situering van Den Andel.

Het poldertje De Naal ligt nu tussen het dorp Den Hoorn en de Witteweg.

De oude naam Den Andel leeft nog voort in de naam die het seniorencomplex aan de Naalrand draagt.